Mathilde

 

Van Mathilde kunnen we (nog) niet veel vinden. Wim heeft zijn meeste albums gecensureerd of Mathilde heeft na de scheiding al haar foto's opgeëist. 

Het verhaal van Wim schrijft zich min of meer vanzelf, aan de hand van zijn notities en de vele zaken die er nog zijn.

Het verhaal van Mathilde, kleinkinderen hebben flarden, Mathilde zou een zus hebben? Of iemand die ze als zus zag?

Er zit niets anders op, dan te gaan zoeken.

 

Mathilde, 1945

Had ik meer moeten zorgen je niet kwijt te raken?

Had ik beter je niet moeten laten gaan?

En toch, als vrouwen fouten willen maken,

dan kun je liever maar niet in de weg gaan staan

 

De stad is wreed, dat kun je niet ontlopen.

Pas op jezelf, want het leven is kort.

Heel laat vanavond zal ik, straal bezopen,

een beetje bidden dat je toch gelukkig wordt

 

Wim Hagemans

Zoek'tocht':

 

Over Mathilde is, op internet, weinig te vinden. Dat is niet raar, want ze is van 14 oktober 1921 en heeft de intreding van het digitale tijdperk niet gehaald, ze is in december 2002 overleden. 

Mathilde had een zoon: Hans-Rainer (1944-2014) en een dochter Maria Elisabeth (1952-2004).

Haar kleinkinderen hebben fragmenten van informatie, maar te weinig om mee aan te slag te kunnen.

 

Bekend is, dat ze met Wim getrouwd was, vanaf 1947 tot 1960. Waar ze voor 1945 was, is nog niet helemaal duidelijk.

Het heeft wel even tijd gekost, om iets van informatie te vinden.

Dan hebben we het over dagenlang; de genealogie pagina's van de naam 'Roolant' doorspitten, veel te veel interessante zaken tegenkomen; Staatsalmanak van 1868. Oud Nederlands is taaie kost. 

Tijdens mijn digitale zoektocht, kon ik mij aan de hand van situatieschetsen, van begin vorige eeuw, een beeld vormen, van hoe het was, voor de ouders van Mathilde in die tijd. Er is weinig tastbaar van Mathilde. En voor het begrijpen van het waarom, is het nodig, duidelijk te maken, wat de keuzemogelijkheden waren voor Mathilde. 

 

Zoeken:

Nergens kom ik een Roolant tegen, die in de lijn van Mathilde zou kunnen passen.

Ik vind een aantal Roolant's op FB en stuur ze een bericht. Er is een Roolant, die nog in Hoensbroek woont, ook een bericht gestuurd.

Die laatste reageert snel; hij heeft zijn vader van 90 naar Mathilde gevraagd, maar ook bij deze Roolant niets bekend over Mathilde. Hij vertelt dat de familie Roolant een Duitse oorsprong heeft en er nog veel in het Ruhrgebied wonen. 

Mijn Duits wordt op de proef gesteld. 

Na een week geef ik het op. Via internet ga ik niets vinden. Ik vraag de geboorteakte van Mathilde aan bij de gemeente Hoesbroek. En besluit maar weer eens naar het UA te gaan. (vergeten dat ze op maandag dicht zijn, dus voor niets gereden). De volgende dag, weer terug. 

Als ik de naam Roolant intik, verwacht ik weer een hele lijst met Roolant's te zien. Dit keer zijn er echter maar 6 hits. Alle 6 van dezelfde datum. Het is het overlijdensbericht van Johann Franziskus Roolant. 

Vol verwachting klopt mijn hart. Zou het?

 

Johann Franziskus Roolant is op  20 mei 1953 overleden; in Utrecht.

Tevens staan vermeld: Clara Josephine Bal, zijn vrouw, en de ouders van Johann!!

Ik ben mijn telefoon vergeten, kan geen foto's maken, heb wel het 'Wim Hagemans' schrift meegenomen, dus moet nu alles opschrijven. Mijn handen trillen zo, dat ik bijna de punt van het potlood afbreek. 

Als ik de details lees, vallen er veel puzzelstukjes op hun plek, en hebben we een antwoord op prangende vragen.

 

Vanaf het moment, dat bekend was, dat Mathilde in de crisisjaren met haar ouders naar Duitsland is gegaan, was er de vraag, waarom zij niet bij het uitbreken van de oorlog, naar Nederland waren teruggekeerd.

Mathilde vertelt in een interview met het Vrije Volk, dat zij na het uitbreken van de oorlog, niet meer kon werken als danseres;

"Maar ook die pret duurde niet lang, want na 10 mei 1940 was men in Duitsland niet zo enthousiast voor Nederlandse danseressen, die er niets voor voelden om Duitse frontsoldaten te gaan amuseren."

Toch bleven ze in Duitsland, en als het einde van de oorlog nadert, gaan ze nog steeds niet terug naar Nederland, maar trekken ze verder Duitsland in. 

Een andere vraag was: Bekend was, dat Mathilde 'iets' met Duitsland had. Ze ging er graag en vaak heen. En uiteindelijk trouwt haar in Utrecht geboren en getogen dochter op 19 jarige leeftijd met een, wat oudere, Duitser. Nooit begrepen waar die vandaan gekomen was. 

  

Geen van de genoemde namen, heb ik via genealogie pagina's eerder gevonden. 

Johann Jacob Roolant, gehuwd met Elisabeth Müller, krijgt in Hessler Standesambt Gelsenkirchen, op 2 juni 1896 een zoon:

Johann Franziskus Roolant;

Johann huwt Clara Josephine Bal (30 juli 1899 in Xanten, vlakbij Gelsenkirchen) ) op 12 mei 1921 in Heerlen.

Johann staat geregistreerd als 'mijnwerker'. 

Ouders van Clara zijn: Adrian Bal en Mechthilde (of Mathilde) Schmitz.

Hoewel ik voor 95% durf te beweren, dat dit de lijn van Mathilde is, zal de aangevraagde geboorteakte van Mathilde dit al of niet gaan bevestigen.

 

Er klopt veel: 

De naam Franziskus komt terug in de naam van een van de kleindochters van Mathilde, ook de naam Elisabeth, Mathilde vinden we terug bij haar oma. 

Het verklaart ook, waarom ze naar Duitsland zijn getrokken. Het waren Duitsers. Mathilde is weliswaar in Hoensbroek geboren, maar haar ouders waren Duits. En toen de oorlog eraan kwam, waren Duitsers minder geliefd bij de Nederlanders.

Johann kwam uit Gelsenkirchen; Clara uit Xanten, dat ligt vlakbij elkaar. Geeft ook een antwoord op de vraag: waarom Mathilde in Gelsenkirchen is bevallen. 

Johann en Clara hebben in 1926 nog een dochter gekregen: Maria Lucia Roolant, geboren in Brunssum. Overleden in Oirsbeek op 7 juli 1932, 6 jaar jong.

Misschien ook een reden om Nederland te verlaten. 

Het verlies van een dochter, verklaart misschien ook, waarom Mathilde en haar ouders zo aan elkaar hingen.

 

Als de kopie van de geboorte aangifte van Mathilde arriveert, klopt het inderdaad.

Dat betekent, dat de zoektocht een 'internationaal' karakter krijgt.

 

De vraag over hoe Wim en Mathilde elkaar ontmoet hebben, werd nooit echt beantwoord; 'aan het eind van de oorlog in Duitsland'. Dat was wat er bekend was.

Hoe, waar en wanneer, het werd allemaal een beetje vaag gehouden. Wel was bekend, dat Mathilde al een zoon had, voor ze Wim leerde kennen.

In de beleving van velen, was er een beeld van een ernstig vermagerde Wim en een evenzo verzwakte Mathilde, die elkaar ondersteunden op hun weg terug uit Duitsland naar Nederland.

Niets is minder waar.

 

In 1955 vieren Wim en Mathilde het 10 jarig bestaan als 'De Robbedoezen'.

Hier en daar krijgt Mathilde in het programma van 'De Robbedoezen' een solo.

Ze worden geïnterviewd door het Vrije Volk.

Het Vrije Volk, dinsdag 5 juli 1955

(foto compleet artikel volgt)

Het Vrije Volk, dinsdag 5 juli 1955

 

Uit het hart gegrepen:

 

Bijzonder

 

Albatrosstraat 19 bis is een leuke woning. Zo een, waarvan je je later niet meer herinnert wat voor meubels er stonden., maar wel dat het er licht is en gezellig, dat de koffie er lekker is en niet met mondjesmaat wordt geserveerd, en dat je er een prettig wijd uitzicht hebt zonder overburen. Kortom: een bijzonder huis.

Pas als je wordt verteld, dat dat huis jarenlang door vier gezinnen is bewoond, dat de man en de vrouw tegenover je met hun kind, een bepaalde tijd de kleine achterkamer moesten delen en dat er niettemin nimmer een van die overbekende inwoningsvetes is uitgebroken, kom je tot de conclusie dat ook je gastvrouw en gastheer bijzondere mensen moeten zijn. Dat is ook zo.

 

Dat Wim Hagemans (32 jaar), voluit Wilhelmus heet, laat zich verklaren uit het feit dat hij geen meisje was en dus niet naar zijn moeder Wilhelmina, kon worden genoemd. Maar wie in alles – en dus ook in die naam – diepere psychische roerselen wenst te ontdekken, kan wellicht het hart ophalen  aan de mededeling, dat de vader van deze, naar ons volkslied genoemde, jongeling, behalve fijnbankwerker, ook een geregeld beluisterd zanger was, die men gaarne bij feestelijke gelegenheden als zodanig zag optreden. Maar behalve muzikale naam, kreeg Wim ook een muzikale aanleg mee. Dat deed hem, 17 jaar oud en aankomend schilders gezel, op een avond na gedane arbeid, op straat gitaar spelend en zingend met een paar vrienden, een man te ontmoeten, die een feestavond te organiseren had. Zo belandde Wim voor het eerst achter het voetlicht. Maar de pret duurde niet lang, want het was oorlog. Na een jaar of wat onderduiken werd hij opgepakt en via een lange reeks van kampen en gevangenissen belandde hij in Minden in het Duitse Westfalen, waar zo nodig stenen gesjouwd meesten worden.

 

Inmiddels was, een jaar voor onze Utrechtse Wim, in het Limburgse Hoensbroek een zekere Mathilde Ro(o)lant (nu dus 33) geboren, met een vader die het zorgelijke bestaan van een monteur bij de Staatsmijnen, de nodige artistieke afwisseling vermocht te geven, dank zij de aanleg tot het houden van voordrachten en clownerieën. Wat niet wegnam, dat de crisisjaren hem werkloos maakten en noodzaakten, naar het nabije Duitsland te verhuizen. Daar ontpopte zijn dochter, die krachtens haar opleiding coupeuse had horen te worden, zich met een vriendin als aantrekkelijk variété dansnummer. Maar ook die pret duurde niet lang, want na 10 mei 1940 was men in Duitsland niet zo enthousiast voor Nederlandse danseressen, die er niets voor voelden om Duitse frontsoldaten te gaan amuseren.

 

Dubbel bijzonder

Toen kwamen de bombardementen en daarmee … de liefde. Want de familie Ro(o)lant werd geëvacueerd naar Minden, waar ergens, naar hun ter ore kwam, een landgenoot in een arbeiderskamp te vinden moest zijn. Dat betekende: twee uur fietsen omdat wonder te gaan bezichtigen. Dat betekende ook: liefde op het eerste gezicht tussen twee jonge mensen in een vijandelijk land, onder de moeilijkst denkbare omstandigheden.

Maar het betekende nog véél meer, want die twee vonden niet alleen elkaar, maar ook elkaars artistieke erfenissen. Gevolg: direct na de bevrijding van Minden, samen op de planken voor de Engelsen, met liedjes bij de guitaar. In December 1945 eindelijk naar huis, naar Utrecht, en daar nog geen maand later, hun eerste optreden onder de naam, die sindsdien in de Domstad en ver daarbuiten in de wereld der amateur-artiesten grote bekendheid heeft gekregen:

“De Robbedoezen”.

 

Óók bijzonder

Hun eerste grote programma bestond uit een ‘wereldreis’: een reeks liedjes uit allerlei landden, opgevangen van collega-slavenarbeiders in Duitsland. Nu zijn zij aan hun derde ‘wereldreis’ bezig, en hun nummer is uitgegroeid van zomaar liedjes-zingen tot een reeks geestige parodieën met eigen teksten en soms eigen melodieën. Maar wat gebleven is, is hun succes, hun ‘plezier aan het plezier van een ander, waar je immers meer aan hebt, dan aan handenvol geld”, en hun ideaal, om het amateurcabaret op een hoger plan te helpen brengen. Dat laatste hebben zij trouwens jarenlang óók gedaan in het Utrechts politieke lekencabaret “De Rode Rakkers”. En nu gaan zij dat – nog steeds in hun vrije tijd en als amateurs, want Wim werkt weer als schilder bij Werkspoor – weer doen in een zeven man sterk cabaret, dat onder de naam “Carrousel” de grote voorgangers van het echte cabaret naar de artistieke kroon hoopt te gaan steken.

Hun hartenwens: dat Carrousel nóg eens nét zo’n eervolle plaats in de rij der amateurgezelschappen zal gaan innemen als het Utrechtse Studentencabaret.

Het zou me niet verbazen, als het ze lukt.  Voor mensen, die uit oorlogsellende een goed huwelijk en een goed toneelnummer weten te distilleren, die met vier gezinnen in één huis weten te wonen, zonder ruzie te krijgen en die in hun vakantie heen en terug naar Zwitserland plegen te fietsen, is niet onmogelijk, al u het mij vraagt.

En o ja; voor de opvolging is ook al gezorgd. De 10-jarige zoon speelt nu al met hartstocht vor clown tijdens kindervoorstellingen en de twee jaar oude dochter vertoont tijdens de repetities in de huiselijke kring voor een en ander een méér dan normale belangstelling

Van die twee kleine robbedoezen hoor u vast nog wel meer, over een jaar of twintig – let op de woorden van

 

Potterkijker

 

Zoals Wim beschrijft hoe ze elkaar ontmoet hebben:

 

Uit Werkkampen 1944 - 1945:

 

"In Minden zag ik ook Thilde voor het eerst. Ze was met haar vader in onze barak (later vertelt ze me dat ze meteen al gek was op me, nou wordt ze weer rood als ze het leest). Toen zei haar vader meteen: "Kom toch eens naar Hille, ik woon zo mooi, vlak aan het kanaal, midden in het moor (?)."

En de volgende keer hebben ze me meegenomen, 's zondags. Gitaar en eten meegenomen, ze hadden 50m van het kanaal een weekendhuisje en daar sliep ik dan. 3 foto's heb ik er bij gestopt; bij het weekendhuisje en ook een paar van het kanaal. 's Maandags weer terug naar Minden en dinsdags weer naar Hille voor een hele week. Dat is fijn zo dicht bij het water, 's morgens direct uit bed zo in het kanaal.

 

Zo leerde ik dan de Roolants kennen. En eindelijk eens goed gekookt eten.

Wat we zelf brouwden, was niet veel soeps. Eerst waren we nog met 2 Hollanders van onze kamer, maar later heeft die ander werk gekregen als doletscher bij de Amie's en moest hij ook bij ze slapen. Ik heb hier nog een bed met spiraal van 'm geërfd. Hij was degene die altijd kookte voor me, maar vraag niet hoe; een grote wasschaal vol met rijst met veel boter en suiker.

 

De tweede keer dat ik bij de familie Roolant was zeien ze me, waarom ik niet helemaal naar Hille kwam. Dat leek me wel en zo spraken we af, dat ze me af kwamen halen (later vertelde ook Thilde me dat vooral zij dat zo doorgezet heeft). Ik ging dan terug naar mijn barak. Uit de verte zag ik al dat mijn raam open stond. En ja hoor, mijn hele kamer hadden ze leeg gesleept en overhoop gehaald. Bijna alles meegenomen, alleen de ton met schmalz (varkensvet) al hadden ze half leeggeschept, van de boter was nog 1/3 over, van de rest alles, maar dan ook alles weg."

 

Een stukje verder schrijft hij:

 

"Toen heb ik een mooie zomer beleefd. Er kwamen tommy's bij ons aan het kanaal op bezoek met de gitaar erbij. We stuurden ze weg voor eieren bij de boeren en voor jenever en hadden verscheidene leuke avondjes. Volop zwemmen natuurlijk.

Toen ging ik de verkeerde weg op (dit mag ik eigenlijk niet vertellen van Thilde) met vrouwen. Maar Thilde heeft me dan afgeleerd dat te doen. Samen hebben we dan een fijne tijd gehad en nog, wel honderd foto's hebben we gemaakt. Twee keer naar Gelsenkirchen gereisd, familie bezoeken, volop genoten van de zomerse dagen. In de bergen hier, samen hebben we kartoffels gerooid.

Kortom de mensen zeggen zelf hier: "Die twee zijn altijd samen."

De laatste tijd speelden we samen voor de tommy's in de cafés 's avonds en we hebben veel vrienden en bekenden onder hen. Maar het is steeds een komen en gaan bij hen. We sliepen allemaal in het weekendhuisje."

 

“Toen ging ik de verkeerde weg op (dit mag ik eigenlijk niet vertellen van Thilde) met vrouwen. Maar Thilde heeft me dan afgeleerd dat te doen.”

Wordt vervolgd